← Kennisbank

Hoeveel veiligheidsvoorraad heb je nodig?

Veiligheidsvoorraad dekt twee onzekerheden af: schommelende verkoop en een levertijd die uitloopt. Reken ze apart uit, dan weet je waarom je buffer is wat hij is.

Kort antwoord. Veiligheidsvoorraad is geen rond getal dat je verzint, maar de optelsom van twee risico’s: hoe hard je verkoop kan schommelen en hoeveel je levertijd kan uitlopen. Reken beide in dagen uit en tel ze op.

Waarom „een maand extra” geen antwoord is

De meeste verkopers houden een vast aantal weken aan. Dat voelt veilig, maar het klopt zelden. Bij een product dat elke dag ongeveer evenveel verkoopt en een leverancier die altijd op tijd is, ligt er geld stil. Bij een product met een piek in november en een leverancier die soms drie weken uitloopt, is dezelfde buffer veel te krap.

De buffer hoort dus per product te verschillen — en per leverancier.

Twee risico’s, apart geteld

1. Je verkoop schommelt. Kijk naar je dagverkoop over een langere periode. Verkoop je de ene week 80 en de andere 120 stuks, dan is dat een schommeling van ongeveer 25 procent rond het gemiddelde. Die afwijking moet je kunnen opvangen zolang je op nieuwe voorraad wacht.

2. Je levertijd loopt uit. Dit is meestal de grootste post, en de meest onderschatte. Als je leverancier belooft in 45 dagen te leveren maar het in de praktijk 46 tot 55 dagen werd, dan is je werkelijke onzekerheid tien dagen. Niet de belofte telt, maar wat er echt gebeurde.

Formule

veiligheidsvoorraad in dagen = spreiding in verkoop + spreiding in levertijd + minimale buffer

Een rekenvoorbeeld

Voorbeeld

Je verkoopt gemiddeld 17 stuks per dag. In drukke weken loopt dat op naar 22, in rustige zakt het naar 13 — een schommeling die je ongeveer 5 dagen extra voorraad kost.

Je leverancier leverde de laatste twee zendingen in 46 en 55 dagen, terwijl 45 was afgesproken. Die onzekerheid is 6 dagen.

Daarbovenop houd je 3 dagen minimale buffer aan voor het onverwachte.

Totaal: 5 + 6 + 3 = 14 dagen, oftewel 14 × 17 = 238 stuks.

Het aardige van deze opzet: je kunt aan elke klant, boekhouder of financier uitleggen waaróm er 238 stuks in het magazijn liggen. Bij een rond getal van „een maand” kun je dat niet.

Wat je buffer kleiner maakt

Een leverancier die betrouwbaar levert, verlaagt je buffer direct — en daarmee je vastgelegde geld. Dat is een concreet argument om levertijden bij te houden en erover te praten met je leverancier. Twee zendingen die op tijd binnenkomen, kunnen zomaar een week buffer schelen.

Ook helpt het om je verkoop te corrigeren voor dagen waarop je uitverkocht was. Die dagen tellen als nul, terwijl de vraag er wel was. Neem je die ongecorrigeerd mee, dan lijkt je verkoop rustiger dan hij is en houd je een te kleine buffer aan.

Wanneer je hem handmatig aanpast

Soms weet je iets wat de cijfers niet weten: een aangekondigde actie, een leverancier die verhuist, een product dat je uitfaseert. Dan mag je afwijken. Leg wel vast waaróm, en zet er een datum bij om het te herzien — anders staat er over een jaar een buffer waarvan niemand meer weet waar die vandaan komt.

Verder lezen

Over BolWinners

BolWinners rekent dit soort berekeningen automatisch uit op basis van je eigen inkoop- en verkoopgegevens. Het platform is in ontwikkeling; je kunt je aanmelden voor de pilot.

Meld je aan voor de pilot →